Onderzoek van de Rijksuniversiteit Groningen

Het onderzoek

De Rijksuniversiteit Groningen gaat de komende jaren een anti-pestprogramma voor het voortgezet onderwijs testen. In de pilotfase (schooljaar 2019-2020) evalueren we of het lesmateriaal, de werkvormen, de leerlingmonitor en de trainingen werkbaar zijn voor scholen. Reguliere middelbare scholen in Nederland kunnen zich opgeven voor de pilot. Scholen kunnen met elke locatie afzonderlijk meedoen.

Deelname tijdens het onderzoek kost niets. Gedurende de onderzoeksperiode ontvangen scholen alle materialen en trainingen gratis. Als u meer informatie wilt kunt u contact met ons opnemen via het contactformulier. Uw interesse voor het programma kunt u laten blijken via het inschrijfformulier. Dit is nog geheel vrijblijvend - een van de trainers zal contact opnemen voor een telefonisch intakegesprek.

!  Let op: Dit project is in ontwikkeling. Het kan zijn dat er wijzigingen optreden in de planning of het materiaal. In zulke gevallen zullen wij scholen hierover informeren. 






Voorwaarden voor deelname

>  De school heeft de intentie om een volledig schooljaar mee te doen aan het onderzoek. Daarvoor vraagt de school instemming en ondersteuning van betrokken docenten en instemming van ouders van leerlingen die meedoen. 

>  De school start tijdens het onderzoek geen vergelijkbare interventie of methode naar het bevorderen van de groepssfeer. 

>  Er wordt minimaal 1 uur mentoraat per week gegeven aan 1e en 2e klassen.

>  In de jaarplanning neemt de school de trainingsdagen en mentorlessen op.

>  De school is bereid om leerlingen drie keer per jaar een online vragenlijst te laten invullen. Daarnaast is de school bereid om een actieve toestemmingsprocedure van ouders/verzorgers faciliteren. Dit betekent dat de school aan ouders/verzorgers vraagt om in te stemmen met deelname van hun kind aan het onderzoek. Ouders krijgen hiervoor een informatiebrief van de Rijksuniversiteit Groningen.  

>  Tijdens de leerlingbesprekingen maken docenten ook ruimte en tijd vrij om de klassen groepsdynamisch (sfeer en ontwikkeling in de klas) te bespreken. 

>  De school is bereid om kritisch te kijken hoe het programma in de visie van de school en de schoolregels past.