Wat doen scholen die het programma testen?

Pilotscholen werken in het schooljaar 2019-2020 als eerste met het programma en kijken kritisch naar de opzet. Dit is een belangrijke stap in de verdere verfijning van het lesmateriaal. Het is gebruikelijk bij wetenschappelijk onderzoek om een pilot te doen om te onderzoeken of het programma in de praktijk loopt zoals gepland. Daarom zijn wij benieuwd naar de feedback op het programma en willen graag met docenten samenwerken.

Programma in het kort:

Alle activiteiten binnen het programma worden uitgevoerd binnen vijf thema’s die starten na elke vakantie (na de zomervakantie; herfstvakantie; kerstvakantie; voorjaarsvakantie; meivakantie). Thema’s zijn bijvoorbeeld ‘interactie binnen de groep’ en ‘diversiteit’.

>  Het programma is vooralsnog zo opgezet dat de mentor twee mentorlessen (van 45-50 minuten) besteedt aan elk thema met behulp van de aangeleverde themalessen. Daarnaast voert de mentor in elke periode nog twee kortere thematische activiteiten uit (ongeveer een kwartier per keer) met de mentorklas. Ook hiervoor krijgen docenten materiaal aangeleverd. Zij kunnen kiezen tussen verschillende lesvormen die bij hen en de klas passen. 

>  Naast het mentoraat werkt een van tevoren bepaalde sectie (bijvoorbeeld sectie ‘talen’) één keer per jaar mee aan het thema. Dit doet de vakgroep door gebruik te maken van coöperatieve werkvormen die ondersteunend zijn aan het thema en die een link hebben met de lesstof. 

>  We vragen aan mentoren en docenten van pilotscholen om kritische feedback op het materiaal bij te houden. Docenten delen en bespreken deze feedback tijdens vier ingeplande evaluatiemomenten per jaar. Deze groepsgesprekken duren ongeveer anderhalf uur per keer. 

Trainingen:

Om een goede gezamenlijke start te maken (met het complete team voor de eerste twee leerjaren) en het aangeleverde materiaal goed in te kunnen zetten ontwikkelen wij starttrainingen, in samenwerking met ervaren en gekwalificeerde trainers: 


>  Trainingsdag 1: Op de eerste trainingsdag leren deelnemers wat het programma inhoudt en oefenen docenten met het beschikbare materiaal. Deze training bestaat uit twee dagdelen. Dagdeel 1 is voor het gehele team dat betrokken is bij klassen 1 en 2. Het verdiepende dagdeel 2 is voor mentoren en vakgroepcoördinatoren. 

Trainingsdagen 2 en 3: Tijdens deze trainingsdagen (van elk vier uren) geven de trainers uitleg over het analyseren van de rapportage van de leerlingmonitor en de mogelijke activiteiten die docenten inzetten in de klas. Deze training bestaat uit twee afzonderlijke trainingsmiddagen, voor mentoren en vakgroepcoördinatoren. Trainingsdag 2 gaat over gespreksvaardigheden en de steungroepaanpak die de school in kan zetten bij pesten en andere onprettige situaties in de klas. Trainingsdag 3 gaat over de leerlingmonitor. 

Leerlingmonitor:

Leerlingen vullen drie keer per jaar een vragenlijst in over sociale relaties en situaties in de klas. De vragenlijst invullen duurt ongeveer een half uur per keer en leidt in november en mei tot een rapport dat inzicht geeft in de sociale relaties van elke klas (vergelijkbaar met een sociogram), inclusief pestrelaties.